Categoriearchief: Kernuitspraak

Joseph Hart

Velen beelden zich in dat zij grote gelovigen zijn, die evenwel weinig of geen geloof hebben, terwijl vele anderen, die zich van het geloof verstoken wanen, nochtans Christus aankleven door het geloof der werking Gods.

Kershaw’s uitspraak

O mijn vrienden, het is een vreselijk proces om zo weg te zinken in ‘een ruisenden kuil’ en in ‘modderig slijk’ (Ps. 40:3). Maar hoe pijnlijk ook, het is profijtelijk. Hoe zieker wij gemaakt worden van onszelf, hoe meer wij onze eigen zwakheid en onmacht leren voelen, des te groter onze blijdschap en verheuging zal zijn in Christus Jezus, ‘de Heilige Israëls’.

Gadsby’s uitspraak

Sommigen zeggen dat ik nooit tot zondaars preek. Maar, ai lieve, ik vind niets dan zondaren om tegen te preken! Als ik een mens zou tegenkomen die geen zondaar was, zou ik niets voor hem hebben. Er is geen greintje in mijn bediening dat geschikt voor hem zou zijn. Een zondaar die dat voor zijn gevoel werkelijk en waarlijk is, zoals God zegt dat hij is, is een heilige, plechtig voor en door de Heere afgezonderd, een heilig zondaar.