Categorie archief: Kernuitspraak

Tiptaft aan het woord

Ik geloof dat wij in een tijd leven waarin erg naar wereldse voorspoed wordt gestreefd; voorspoed is ons vlees zeer lief. Maar de Heere zegt: ‘Ik zal in het midden van u doen overblijven een ellendig en arm volk; die zullen op den Naam des HEEREN betrouwen’.

Philpot aan het woord

Het is maar al te duidelijk dat wij ons niet kunnen vermengen met de belijdenis en de belijders van vandaag zonder, in zekere mate, hun geest in te drinken en meer of minder door hun voorbeeld beïnvloed te worden. Hierin lijken ze te veel op het verkoren volk, van wie de Heilige Geest getuigt: Maar zij vermengden zich met de heidenen, en leerden derzelver werken. En zij dienden hun afgoden, en zij werden hun tot een strik (Ps. 106:35-36). (uit de Metgezel)

Kershaw over het gebed

Uit een preek over Spreuken 10:24. Ik ben ervan overtuigd dat als uw hart recht met God en onder de invloed van Zijn gezegende Geest is, en Hij uw Gids en Leraar is, uw vurig roepen aan de genadetroon op het volgende neer zal komen, naast de zaligheid van uw ziel: ‘Lieve Heere! zolang ik in de woestijn ben, houd mij heel nederig, houd mij plechtig, houd mij altijd waakzaam, houd mij bekend, meer en meer, met mijn totale afhankelijkheid van U en van mijn eigen volslagen ongenoegzaamheid, houd mij altijd naijverig over mijn eigen hart, en laat mij nooit op mijn eigen hart vertrouwen en van U wegvallen, zoals de arme Petrus. Houd mijn geweten heel teer door hernieuwende toepassingen van het bloed van Jezus en de bedauwende invloeden van Uw gezegende Geest. Laat mij Uw vreze gedurig voor mijn ogen hebben, zowel in mijn uitgang als in mijn ingang, opdat mijn begeerte zal zijn: “Houd Gij mijn gangen in Uw weg, opdat mijn voetstappen niet zouden wankelen” (vgl. Ps. 17:5, Eng. vert.). O Heere, bewaar mij en ik zal wel bewaard zijn. Stel Gij mij in staat om stand te houden en “alles verricht hebbende, staande te blijven” (Ef. 6:13). Houd mij in de “voetstappen der schapen” (Hoogl. 1:8), op de “nauwe weg” (Matth. 7:14) en laat mij nooit van U afdwalen. Geef zo, Heere, dat mijn overige dagen toegewijd mogen zijn aan Uw eer en heerlijkheid, dat ik U en Uw wegen hoe langer hoe meer mag liefhebben, dat Uw ordinanties mijn vermaak mogen zijn, en dat ik Uw geboden en bevelen mag bewaren, en U verheerlijken in lichaam, ziel en geest, die Uwe zijn, totdat de tijd zal aanbreken wanneer Gij zult komen en mij tot U nemen, opdat ik ook zijn mag waar Gij zijt.’

Philpot aan het woord

De godsdienst is voorzeker de allerbelangrijkste en nochtans de meest verborgen zaak waarmee wij op deze wereld ooit van doen hebben gehad of kunnen krijgen. Deze zal u óf troosten, óf bedroeven. In de grootste voorspoed kan deze de oorzaak van de opperste ellende zijn, of in tegenspoed de oorzaak van de allerzuiverste vreugde.

Philpot aan het woord

U moet erop letten dat ’s mensen verlegenheid Gods gelegenheid is. Wanneer de arme ziel zo in de laagte gebracht is dat hij nergens in staande kan blijven dan in de almachtige kracht van God, dán is het de tijd dat de Heere zal beginnen om Zichzelf te ontdekken als Eén die de ongerechtigheid vergeeft en de overtredingen van het overblijfsel van Zijn verkoren erfenis voorbijgaat.

John Kershaw aan het woord

Laten er grote onderzoekingen des harten onder ons zijn, opdat we zullen zien hoe de zaken staan tussen God en onze kostbare, nimmer stervende zielen. We kunnen een gedaante van godzaligheid hebben, een naam dat we leven, en we kunnen een grootse vertoning in het vlees maken, maar toch niet uit God geboren zijn.

overgenomen uit een preek over Johannes 1:13

John Kershaw aan het woord

Het is een grote bron van troost en blijdschap dat ‘de Heilige Israëls’ – en werkelijk, het doet mijn ziel goed hieraan te denken, nog voordat ik het uitspreek – een Vriend is Die ‘te allen tijde liefheeft’ en Die ‘meer aankleeft dan een broeder’ (Spr. 17:17; 18:24). De Heere verandert niet zoals u en ik veranderen; er zijn geen hoogten en diepten, er is geen koud en heet bij Hem. Nee, Jezus Christus, ‘de Heilige Israëls’, is ‘gisteren en heden Dezelfde en in der eeuwigheid’ (Hebr. 13:8).

John Kershaw aan het woord

De Heere verwondt om te helen. Hij breekt af om op te bouwen. De Heere laat de arme zondaar zijn vuilheid zien om hem te wassen. De Heere kleedt hem uit, snijdt hem af van ieder vals vertrouwen, om hem te bekleden en hem alleen op Hem te doen vertrouwen.

John Kershaw

We hebben nog nooit gezien dat één arme zondaar tot de Heere Jezus Christus gevlucht is – en ook nooit vluchten zal – om vergeving en zaligheid te ontvangen, vóórdat hij in benauwdheid is gebracht. Ik denk dat ik deze bewering zowel uit mijn eigen ervaring als uit vele gedeelten van Gods Woord kan staven.

William Gadsby

Ik geloof van harte dat sommige belijders meer onbeschaamdheid hebben dan de duivel zelf. Maar wanneer God er een eind aan maakt en ze voor Hem komen te staan, zullen ze merken dat hun vals vertrouwen niet maar een hersenschim, maar een grote hersenschim is; dat ze eraan overgegeven zijn een leugen te geloven en tot de ontdekking komen dat hun toevlucht een ‘toevlucht der leugen’ was en er voor hen in het geheel geen schuilplaats is.

Kershaw

Dezelfde gezegende Zoon van God Die in de vurige oven van Nebukadnézar verscheen, is onze Jezus; en loof Zijn dierbare Naam, Hij zal dezelfde Jezus, dezelfde machtige, helpende Jezus zijn tot het einde toe.