Categorie archieven: Kernuitspraak

Gadsby aan het woord

In Christus is heiligheid voor de onheiligen…. maar als alle mensen heilig waren, zou Hij Zijn heiligheid voor Zichzelf kunnen houden, want wij zouden haar niet nodig hebben.

Hier is volheid voor de ledigen; maar als er geen hongerige zielen waren, waartoe zou Christus’ volheid baten?

Gadsby aan het woord

De ontheiliging van de huwelijksvereniging is een schending van de wetten van zowel de natuur als God, en een bron van onbeschrijfelijk veel kwaad in de zeden, het gemoed en de omstandigheden van mensen. Het is in feite een trotseren van God en Zijn wetten, en een openzetten van de sluizen van alles wat aanstootgevend, onheilig en afschuwelijk is.

Philpot aan het woord

Te strijden om de wereld te veranderen en de bokken in schapen te verkeren, te zoeken om de eeuwige scheidslijnen tussen de uitverkoren en de verworpenen te vernietigen, en Jehova’s vrijmachtig besluit van veroordeling en genade te verwarren, is een onwettige strijd om een onwettig voorwerp. De scheidsmuur te breken tussen de gemeente en de wereld, en de leer van onderscheidende genade tot enkel nietigheid te maken, is waarlijk te strijden tegen elke regel van Gods woord.

Joseph Hart aan het dichten

DE WENS – (Nieuwjaarswens)

1. Als stof en as zich mogen onderwinden
Om te spreken tot U, grote God;
Als in Uw tegenwoordigheid ruimte kan zijn
Voor kruipende wormen zoals ik –
Dan wil ik ootmoedig mijn wens voorstellen,
Want wensen heb ik niet;
Al mijn begeerten zijn er nu mee tevreden
Om in één begeerte te worden samengevat.

2. Ik wil niet smeken om een lang leven,
Om een eervolle positie of om rijkdom;
Ook niet om iets wat daar ver boven uitstijgt:
Een onafgebroken goede gezondheid;
Ik wil niet vragen om de erfgenaam
Of de raadsman van een koning te mogen zijn.
Ik wil deelhebben aan een betere wijsheid
En behoren bij een edeler stamboom.

3. Ik wil geen verzoek doen om vreugde of sterkte,
Hoewel ik geen van beide versmaad;
Maar ik wil een petitie indienen om gezegend te worden
Met wat die dingen te boven gaat;
Nee, niet dat engelen mijn ziel
Deze nacht naar de hemel zullen overbrengen:
Ik kan Uw tijd met geduld afwachten,
Aangezien al mijn zonde vergeven is.

4. Ook wil ik niet hunkeren om op de hoogste plaats
Aan Uw rechterhand te mogen zitten;
(Het verzoek van Zebedeüs’ zonen)
Ik weet dat ik voor zoiets ongeschikt ben;
Ik wil er niet naar staan om in Uw kerk op aarde
Een prachtige functie te vervullen;
Uit vrees dat ik Uw wil niet goed zou onderscheiden,
Of zou verzuimen om hem te doen.

5. De ene weldaad waarom ik wil bidden,
Is dat ik door U geleid word
Om mijn blik te vestigen op Uw bloedige zweet
In droevig Gethsémané;
Om (althans voor zover ik het kan verdragen)
Uw tedere gebroken hart te aanschouwen,
Als een volle olijf, verbrijzeld en geperst,
Met intense pijn in Uw zware strijd.

6. Om U gebogen te zien onder mijn schuld –
Ondraaglijke last! –
Om Uw bloed voor zondaars vergoten te zien,
Mijn kreunende, zieltogende God!
Om met medelijdende droefheid te rouwen
Over de smarten van Uw ziel;
Om enigermate mee te leven
Met de pijnigingen en folteringen die U onderging.

7. Daar wil ik altijd blijven,
Mijmerend over Uw machtige liefde;
Of alleen nog naar Golgotha doorgaan,
En vandaar weer naar Gethsémané terugkeren.
Laat op deze beide dierbare plaatsen
Hetzelfde rijke schouwspel altijd vernieuwd worden.
Geen ander voorwerp mag tussenbeide komen,
Maar alles moet liefde en bloed zijn.

8. Naar deze ene gunst heb ik vaak gezocht;
En als deze ene gunst verleend wordt,
Zoek ik op aarde geen gelukkiger lot
En hoop ik op eenzelfde deel in de hemel;
Heere, vergeef wat ik verkeerd vraag,
Want kennis heb ik niet;
Ik spreek slechts ootmoedig mijn wens uit,
En mag Uw wil geschieden.

Gadsby aan het woord

Sommige mensen lijken zoveel te weten als engelen en toch kunnen ze zondigen als duivelen, en dan tot Gods Woord vluchten en zeggen: “O, het bloed van Christus reinigt van alle zonde.” Het werd nooit voor u vergoten, u vermetele schelm, laat ik u dat vertellen, wie u ook bent.

Dangerfield aan het woord

Ik vertrouw en geloof dat The Gospel Standard aan nog duizenden meer gezegend zal worden. En ik kan van harte ‘amen’ zeggen op uw verlangen, namelijk dat het tot zegen gesteld zal worden voor geslachten die nog niet geboren zijn. ‘De HEERE leeft’ is mij innerlijk tot steun geweest onder deze ingrijpende verliezen. Hoewel Philpot en Kershaw niet meer zijn, toch blijft het waar: ‘De HEERE leeft, en geloofd zij de God onzes heils’.

Warburton aan het woord

Ik zal u vertellen: indien u nog nooit uw eigen verdorvenheid gezien hebt, noch de last daarvan omgedragen en gezucht in de geest om er vanaf geholpen te worden, indien u nimmer gezucht hebt om van zijn vloek verlost te worden, dan weet u ook niets van een ‘rein hart’ af.

Gadsby aan het woord

Menselijke deugd!? Praat me niet van menselijke deugd die u in de hemel brengt! De Heere ontferme Zich over uw ziel. U kunt evengoed praten over een mus die de zee leeg maakt. Er is inderdaad een deugd, een krachtdadigheid, met alle majesteit van God erin, voor nodig om een zondaar zalig te maken, en zonder die krachtdadigheid zullen we nooit de zaligheid verkrijgen. Die gezegende krachtdadigheid is alleen te vinden in de Godmens Middelaar, en daar is het dat een zondaar rust en vrede voor zijn ziel zal vinden.

Francis Covell aan het woord

De liefde die zij tot God hebben, ontspruit aan de liefde die God in hun hart uitgestort heeft, en zo hebben zij God lief met Zijn eigen liefde. Zij hebben Hem lief om wat Hij is, om Zijn goedheid, Zijn barmhartigheid, Zijn heiligheid, Zijn gerechtigheid, Zijn getrouwheid, Zijn liefde en Zijn waarheid. Zij hebben Hem lief om wat Hij is en om de dingen die Hij in hen gewerkt heeft, en niets kan deze liefde ooit verdrinken.

Gadsby aan het woord

Ik wil even vooropstellen dat als er onder u zijn die zichzelf vleien met hun eigen goedheid, u zichzelf bedriegt. U bent schuldig aan de ontzettende misdaad van een zielsverdoemende misleiding; u gelooft een leugen en als genade het niet verhindert, zult u uiteindelijk eeuwig verloren zijn. Maar anderzijds, als hier een ziel is die zich gevoelig en bevindelijk in het geval van de arme tollenaar bevindt, dan bent u aan de deur van Gods genade. U zult zo zeker genade ontvangen alsof u ze al had.

Tiptaft aan het woord

Over Psalm 30:6; David zegt: ‘HEERE, Gij hebt mijn ziel uit het graf opgevoerd’. Wel, dat is een lage plaats om daar gebracht te worden – het graf. Hij zegt niet: ‘Ik ben er zelf uitgekomen!’ Nee, het is alles vrije genade, er is geen verheffing van zichzelf of zijn eigen kracht: ‘Gij hebt mij bij het leven behouden’ zegt hij, ‘dat ik in den kuil niet ben nedergedaald.’

Gadsby aan het woord

We zijn nu een nieuw jaar ingegaan. Laten we terugblikken en onszelf afvragen wat onze handelwijze gedurende afgelopen jaar geweest is. Wij hebben gezondigd tegen God en hebben grotelijks gefaald in de vervulling van onze verschillende plichten. Ach, zouden wij God kunnen ontmoeten op grond van onze eigen werken? Helaas! Als dit het verbond moet zijn, dan zouden wij moeten omkomen. Maar Hij heeft ons veilig door verleden jaar heen gebracht en hier zijn we nu, levende bewijzen van Zijn liefde en getrouwheid. O, mogen wij dan neerzinken voor Zijn voetbank, Zijn goedheid aanbidden, Hem vertrouwen voor de toekomst en Hem verheerlijken met ons lichaam en onze geest, die Zijne zijn.