Brief 100 – Ik kan onder mijn boeken niet vinden het laatste deel van Huntington’s ‘Nagelaten Brieven,’ maar ik heb vier delen, uitgegeven door Bensley in 1832. De laatste brief in het vierde deel is no. 735, terwijl het deel, dat u mij gegeven hebt, eindigt met 592. .. Over het algemeen genomen kan men er van zeggen, dat de brieven van Huntington het merg der levende Godzaligheid bevatten. Het is zo, men vindt daarin niet die scherpheid, welke enkele van zijn andere schriften kenmerken; en zoals iemand terecht aanmerkt, dat ze onder de verschillende indruk des tijds met blanke oprechtheid geschreven zijn. Maar er is een vrijheid en warmte, een wezenlijkheid en kracht in, die zich aan aller consciëntie aanbeveelt.
Het moet een donkere tijd zijn voor de Gemeente van Christus in ons land, wanneer de geschriften van die onvergetelijke mijnwerker vergeten of geheel verwaarloosd zullen zijn, en er schijnt grote reden van vrees voor te zijn, want slechts betrekkelijk weinigen lezen en waarderen ze. Van geen schrijvers heb ik zoveel lering en stichting gehad, als van Dr. Owen en Mr. Huntington. Zij hebben mij beiden veroordeeld, bestraft, afgesneden, gezift en schier uitgeledigd, maar ook troost, bemoediging, leven en gevoel in mijn hart gewekt. Zulk een bediening hebben wij over het algemeen genomen thans niet. Ook kunnen wij er op rekenen, dat het niet beter zal worden, althans zo Huntington een waar profeet is. Toch geloof ik, dat de Heere nog veel volk heeft, dat Zijn naam vreest; doch zij zijn voor het merendeel in een lage stand ten aanzien van geloof en Godzaligheid. En diegenen onder hen, die meer gezegend en beweldadigd schijnen, zijn voor het grootste gedeelte zwaar bezocht met beproevingen en verdrukkingen.
Wat mij betreft, moet ik zeggen, dat de weg die ik thans bewandel de ruwste en meest beproevende is, dien ik sinds jaren te gaan had.
Als Mr. Joseph Hart’s spreuk waar is:
‘Die pelgrim loopt het zekerst hier, Die zelden ziet zijn weg,’
dan ben ik niet buiten de weg; want dit was en is mijn voornaamste beproeving.