Categorie archieven: Persoonlijk woord

Gadsby persoonlijk

Niemand kan waarlijk Gods Woord predikenen tenzij de Geest van God het aan hem openbaart. Ik heb lang met het gedeelte uit Ezechiël 1 over de raderen geworsteld, en nu – naar ik vertrouw – heeft het God behaagd er een lichtstraal op te werpen. Naarmate de Geest van God mij ertoe in staat zal stellen, zal ik vrijmoedig spreken over de verborgenheid die hierin ligt opgesloten. (preek over Ez.1:15-20, te beluisteren)

Tiptaft persoonlijk

De Schrift kan niet gebroken worden, en deze woorden werden niet voor niets geschreven: ‘Mijn zoon, veracht de tucht des HEEREN niet, en wees Zijn kastijding niet moe’ (Spr. 3:11). Ik heb geweten wat het is om ze te verachten en moe te zijn. Ik heb geweten wat het is om God ervoor te loven en te prijzen, en te weten dat ik zonder Zijn tucht en kastijding niet kon zijn gehouden op de rechte en nauwe weg die tot het eeuwige leven leidt.

Philpot persoonlijk

Ik weet, mijn godsdienst begon zo; en ik heb altijd vast op dezen grond gestaan, dat een godsdienst die niet begint met zuchten en klagen, en uitstorten van de ziel tot God onder de instorting van de Geest, een godsdienst is die in het vlees begon, én nooit ontsprong door de krachtige werking van God in de ziel.

Mockford persoonlijk

Hoe meer ik in het Woord van God las, hoe meer ik de soevereiniteit van Jehova op zijn bladzijden vond tentoongespreid. Het deel des Woord waarvan ik in het bijzonder een afkeer had was: Jakob heb Ik liefgehad en Ezau heb Ik gehaat! Rom 9:13. Daarom beproefde ik, om mijzelf wijs te maken, dat dit verkeerd vertaald was… O, had ik God maar over kunnen halen om mijn naam in het Boek des levens erbij te zetten en mij mede aan te nemen! Maar dit scheen mij onmogelijk, want de uitverkorenen verkregen het, en de overigen, waarvan ik vreesde ook een te zijn, werden verhard.

Philpot persoonlijk

Kunnen wij zien dat ons dagelijks brood, onze verschillende aardse en volstrekt onverdiende vertroostingen, onze kleding, ons huis en thuis, ons gezin en onze vrienden, ons allemaal geschonken worden door een vriendelijke voorzienigheid? Kunnen wij ze als zodanig onmiddellijk uit Gods handen ontvangen, alsof Hij Zelf ze naar ons bracht? Dan vinden we weide in de voorzienigheid.

In dit licht beschouwd, schitteren de gewoonste barmhartigheden voor onze ogen als gestempeld met Gods goedertierenheid. Ik herinner mij hoe ik vele jaren geleden, toen ik nog in de Kerk van Engeland en een fellow van een college was, bij zekere gelegenheid mijn halfjaarlijkse salaris zou ontvangen. Terwijl ik in de kamer zat te wachten om het te ontvangen, kreeg ik een zeer helder en zoet gezicht, zoals ik nooit eerder gehad had, hoe het mij door God Zelf gegeven werd. Hoewel het geen heel groot bedrag was en hoewel ik vaak veel meer aangenomen heb, toch was het denk ik het lieflijkste geld dat ik ooit in mijn leven aangenomen heb, omdat ik zo helder Gods goedheid kon zien, Die het mij gaf.

Zo dikwijls wij dus Gods goedheid kunnen zien, Die ons de milde gaven van de voorzienigheid geeft, lijkt dit er een dubbele waarde op te stempelen en genieten we ze met twee keer zoveel smaak, aangezien ze uit Zijn milde hand komen.

John M’Kenzie persoonlijk

Ik kan me de tijd goed herinneren, dat ik misschien alleen maar de betekenis van de woorden in de Bijbel net zo goed kende als nu, maar als ik dat Boek las, was het zo moeilijk als een dode taal voor me. Ik kon nauwelijks de strekking of betekenis van tien woorden begrijpen. Ik herinner me goed, dat ik neerzat en zei: ‘Er zijn zo vele soorten geloof en godsdienst in de wereld, dat ze stellig niet allemaal waar kunnen zijn.’ Welnu, hoewel Schotland een religieus land is, kreeg ik toch geen godsdienstige opvoeding. Ik herinner me de tijd dat ik vaak een stal inkroop, of een hooizolder opging om te bidden en ik bang was dat de hemel of de sterren op me zouden vallen en me zouden doden en ik verloren zou zijn. Toch was dit alles geloof ik, allemaal het natuurlijk geweten, en niet de genadige overtuiging van de Geest. Ik voelde dat de godsdienst een geheim bevatte, en dat er iets aan ten grondslag lag, waarvan ik niet afwist, en met al deze natuurlijke godsdienst miste ik dat het Woord van God krachtig mijn consciëntie trof. Maar ik piekerde droevig over het onderscheid tussen belijders van de godsdienst, en ik nam me voor de Bijbel door te lezen en de verschillende passages op papier te zetten die de verschillende soorten geloof schenen te staven. Dat wat het grootste aantal had, en het dichtst bij de waarheid zou blijken te zijn, was de belijdenis die ik trouw zou blijven. Maar voor ik begon, dacht ik: Ik zal eerst de Brief aan de Hebreeën doorlezen. Maar toen ik het Boek oppakte, en het las, was ik zo onwetend, duister en blind, dat ik niet één zin kon verstaan en mijn opstandige hart stond tegen Paulus op, omdat hij het niet eenvoudiger geschreven had, en tegen God, omdat Hij het niet zodanig had laten opstellen dat het gemakkelijker te begrijpen was. Ik was even onwetend en dom als een beest van het veld. En toen God de geestelijkheid van Zijn heilige natuur in de wet op mijn gemoed drukte, ondervond ik dat bij het lezen van mijn Bijbel, ik steeds diepere overtuigingen gevoelde, in plaats van dat het me vrede en geluk bracht. Maar toen het de Geest des Heeren behaagde in mijn ziel een zoet en gezegend geloof op te wekken in de Persoon, het werk, en het plaatsvervangend lijden van de Heere Jezus Christus, gaf Hij mij genade om het te omhelzen. Terwijl ik deze mate van liefde en vrede ondervond, werd ik ertoe gebracht de openbaring van deze gelukzaligheid te bewonderen en te aanbidden, en in de verheuging ervan kon ik alle dingen geloven en op alle dingen betreffende de waarheid hopen. Maar vóór deze gevoelens genoten worden, zal de ziel ernaar verlangen, begeren, hongeren en dorsten.

Gadsby persoonlijk

Ik weet één ding proefondervindelijk: God bouwt Zijn gemeente soms ook met de slechtste materialen, met de allersnoodste mensen. Niemand kan wat met hen aan, want ze zijn nergens geschikt voor dan de vuilnisbelt. En toch zijn zij ‘de geheiligden in Christus Jezus’.

Deborah Philpot persoonlijk

Op de driemaandelijkse ledenvergadering werd mijn zaak ingebracht en de diakenen werden afgevaardigd om mij thuis te bezoeken. Ik werd in staat gesteld om hun een verslag te geven van de bemoeienissen des Heeren met mij en van mijn oefeningen betreffende de Doop. En inderdaad werd die zoete belofte voor mij werkelijkheid: ‘Gij zult hem in volmaakte vrede bewaren, wiens gemoed op U gevestigd is, omdat hij op U vertrouwt’ (Jes. 26:3, KJV). Zo kwam ik voor de gemeente en ik werd geholpen om een verslag te geven van wat ik hoopte dat de Heere aan mijn ziel gedaan had. Ik begon bij het begin en ging stap voor stap verder om te eindigen met mijn recente oefeningen over de Doop. Ik denk dat de Heere mij ingang gaf in het hart van Zijn volk; zij ontvingen mij vriendelijk en eenstemmig. Daarna ging ik naar huis, en ik kan nauwelijks woorden vinden voor de vrede en het geluk die volgden. Een hele week lang wandelde ik in het licht van ’s Heeren aanschijn, in de genieting van Zijn liefde en tegenwoordigheid.

Gadsby persoonlijk

Toen ik vele jaren geleden in dit dorp woonde, was ik gewend op de dag des Heeren naar de samenkomst in Coventry te gaan. Dan ging ik om zeven uur ’s morgens naar de gebedsbijeenkomst. Ze vroegen mij heel vaak om te bidden. Ik voelde mij zo ellendig, zulk een arm, besloten schepsel, dat ik het niet durfde wagen.

Op een ochtend ging ik heel vroeg op weg naar Coventry, en zodra ik het dorp verliet, begon ik een gebed te formuleren. O, de vervloekte hoogmoed van het bedenken van mijn vlees! Ik dacht dat ik een heel mooi gebed geformuleerd had, en dat ik voorbereid zou zijn als ze mij vroegen. Toen ik was aangekomen, vroegen ze mij. Ik deed een poging, maar ach, heel mijn gebed was verdwenen; alles stortte in elkaar. Ik kan mijzelf met niets anders vergelijken dan met iemand die een boomgaard probeert te plunderen, hij springt en springt, maar de takken zijn te hoog voor hem. Alles stortte in elkaar en ik bleef alleen over; de Heere wilde niet toelaten dat ik langs deze weg kwam. Zo was ik dan aan het zuchten en kermen om genade, en aan het roepen tot de Heere om ootmoedig voor Hem gemaakt te worden. Ik smeekte Zijn genadige Majesteit om te verschijnen, en dat deed Hij op Zijn eigen tijd, maar niet op mijn wijze.

Het enige aangename gebed voor God is het gebed dat de Geest de ziel instort en waarmee Hij de ziel aanzet, zodat de ziel het onder Zijn gezegende invloed voor God uitstort.

Philpot persoonlijk

Als de Heere u ooit vernederd heeft en u de schuld der zonde en de boosheden van uw hart heeft doen voelen, kunt u geen steen op die gekruisigde misdadiger werpen, maar bent u voor uw gevoel in elk opzicht even slecht als hij. Ja, ik geloof dat er duizenden in de hel zijn die niet half zulke zondaars zijn geweest als u en ik. Ik kan dat voor mijzelf zeggen.

Philpot persoonlijk

Hoe vreemd is dit! Soms zeggen we dat we de dingen zo helder en klaar gezien hebben alsof we ze met onze lichamelijke ogen zagen. Hebben we niet de Godheid van Christus gezien? Ik herinner mij dat ik eens op bed zulk een gezicht had van de Persoon van Christus. Hoe duidelijk zag ik Zijn Godheid en Zijn mensheid, als een Goddelijke Persoon; welk een zoetheid en zegen rustten op mijn ziel; hoe ontving ik Hem in mijn hart als God. En toch, wat een atheïsme lag er tegelijkertijd op de loer ten aanzien van Zijn Godheid! Wat een ongeloof ten aanzien van Hem in elk opzicht! Hoe spoedig leek Zijn Persoon, bloed en werk, ja, dit alles weggevaagd en uit het zicht te zijn. Ik kon geen Schepper, geen Godmens, geen verzoenend bloed zien, niets in Hem en niets in mijzelf.

Gadsby persoonlijk

In mijn laatste verdrukking zei iemand tegen mij: ‘Waarom bidt u niet tot de Heere?’ En het behaagde de Heere deze tekst voor mijn gemoed open te leggen: ‘Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke’ (Joh. 6:44).

Philpot persoonlijk

Wij hebben wel onze mate van vervolging (gehad), want ik geloof dat weinigen eraan ontkomen, in welke vorm dan ook. Mij is een goede mate van vervolging uit verschillende hoeken ten deel gevallen, en ik verwacht er ook niet vrij van te zijn, want allen die godzalig willen leven in Christus Jezus, moeten vervolgd worden.

Tiptaft persoonlijk

Weten we iets van Zijn grimmigheid jegens ons als zondaars? Welke veroordeling, welke toorn, welke gramschap hebben we in onze ziel ervaren? Hebben we ooit voor Gods rechtbank gestaan? Zijn onze overtredingen en ongerechtigheden tegen ons aangevoerd? Waren onze zonden voor ons talrijker dan de haren van ons hoofd? Is satan ooit opgestaan als onze aanklager? Hebben we verwacht dat God ons zou afsnijden om onze zonde en goddeloosheid? Dit is zoals ik mij gevoeld heb!

Ik ben bevreesd geweest dat een of ander oordeel over mij zou komen en heb gewenst dat ik nooit geboren was. En o, wat een vreselijke staat is dit! Wat is ellendiger dan Gods gramschap in de consciëntie te hebben? Een mens kan veel verdrukkingen verdragen, ‘maar een verslagen geest, wie kan dien dragen?’ (Spr. 18:14).