Categoriearchief: Persoonlijk woord

Gadsby persoonlijk

Er is één tekst die mij tientallen keren in verwarring gebracht heeft. Christus zegt: ‘Ik ga heen om u plaats te bereiden’ (Joh. 14:2). ‘Een plaats bereiden’, dat is heel vreemd. Is de hemel niet reeds bereid? Zo lijkt het alsof de geschapen hemel geen heerlijkheid genoeg is voor Gods volk; en ik geloof dat inderdaad. Ik geloof niet dat God de geschapen hemel voldoende heerlijkheid voor Zijn volk vindt. Daarom is Christus, als hun Middelaar, als hun Hoofd en Vertegenwoordiger, heengegaan om plaats voor hen te bereiden.

Philpot persoonlijk

Eenzaamheid: uit een preek over De plaag der melaatsheid, Leviticus 13:45-46

Een eenzame godsdienst is gewoonlijk een goede godsdienst. Gods beproefde volk heeft niet veel metgezellen. De geoefende kan niet wandelen met die ongeoefend zijn, noch de bezoedelde met de onbezoedelde…

Het is goed alleen te zijn. Ik ben niet zeer ingenomen met gezelschap in het geestelijke, alhoewel ik in het natuurlijke dat zeer bemin, want ik vind zeer weinigen om mee te wandelen; en ik denk dat het beste van onze godsdienst, ik zou bijkans gezegd hebben onze gehele godsdienst is, wat wij alleen verkrijgen, in de mededelingen die God aan de ziel in het verborgen geeft. Wij behoeven niet naar veel gezelschap te verlangen. …. Ik ben ingenomen met de omgang alleen van Gods volk, maar vermijd die zogenaamde godsdienstige gezelschappen, of theevisites en dergelijke.

Tiptaft persoonlijk

Ik vorder in de wegen Gods ongeveer zoals gebruikelijk, en vraag mij soms af hoe ik eigenlijk vorder; want ik heb met veel boosheid en verdorvenheid te strijden, en mijn gemoed wordt vaak heel erg geoefend en beproefd. O, dat de Heere mij zal zegenen!

Philpot persoonlijk

Wanneer ik onafhankelijk van Hem kan leven, dan zal ik dat doen. Onafhankelijkheid beminnen wij allen op innige wijze. Juist dit is het bloed, dat door al onze aderen stroomt. In vroeger dagen placht dit mijn leuze te zijn, want ik was te hovaardig om voor wat dan ook van iemand afhankelijk te zijn. Doch de genade leert ons hetgeen wij van nature nimmer zouden leren. De genade heeft me geleerd afhankelijk te zijn, niets te zijn, vol van zwakheden te zijn en terwijl ik deze zaken gevoel, brengt dit me tot de Heere, opdat Hij Zijn kracht in mijn zwakheid zou willen volbrengen, opdat Hij mij in mijn onwetendheid zou willen onderwijzen, Zijn verzoenend bloed en stervende liefde in mijn schuld en schande zou willen openbaren, opdat ik ervaar, in het persoonlijke en in het openbaar, met mijn pen en met mijn tong, op de kansel, en in mijn huis, voor de kerk en in de wereld, dat Zijn kracht op mij mag rusten.

Philpot Persoonlijk

Pijn naar het lichaam, uit een preek over De plaag der melaatsheid, Leviticus 13:45-46

Ik veronderstel kennis te hebben, zowel in het natuurlijke als het geestelijke, aan wat ‘vers levend vlees’ is. Ik had in mijn jeugd een flinke longontsteking, voor welke sterke en strenge geneesmiddelen noodzakelijk waren. O.a. moest er gedurig een pleister op mijn borst, waardoor een diep zwerende wond werd veroorzaakt, en een overvloed van wat genoemd wordt ‘wild vlees’, het ‘levend vers vlees’ in onze tekst. Het was nodig dat dit met brandartsenij weggedaan werd vóórdat de wond wilde helen. Wekenlang, als mijn nu overleden moeder, elke morgen dit levend vlees onder behandeling nam, o, hoe schrok ik van haar hand terug! Pijnlijk was inderdaad het geneesmiddel, dit levend vers vlees uit te branden. Alzo in de genade.

Thomas Godwin persoonlijk

Een man kwam naar de kapel om iets van mij op te vangen waarmee hij in de kroeg de spot met mij kon drijven. Hij wist echter niet wat hem zou gebeuren. Nadat hij dit enige tijd had gedaan, werd hij tot zelfmoord gedreven. Hij had mij volledig stuk kunnen maken, maar de Heere zorgde voor me en liet hem aan zijn lot over. Er waren nog vier andere mannen die mij en een dierbare beproefde enkeling, te gronde zouden hebben gericht, en de Bijbel erbij, maar de Heere waakte over ons en sloeg hen op ernstige wijze een voor een neer. Ze vielen zelf in de kuil die zij voor ons hadden gegraven.

Gadsby persoonlijk

Vanavond verklaar ik u plechtig dat ik, zo oud als ik ben (69), mezelf nooit meer in staat voelde om te struikelen en nooit meer voelde hoe nodig het is dat God mij bewaart, dan nu. Ik voel in het diepst van mijn ziel dat als God mij niet bewaart, ik Zijn Naam schande zal aandoen. Ik weet het en voel dat dit het geval zou zijn.

Philpot persoonlijk

Tuchtiging door ziekbed: uit een preek over Psalm 94:12-13

Het gebeurt in ziekte en droefenis dikwijls, dat het de Heere behaagt Zichzelf aan onze ziel te openbaren, ons met Zijn tegenwoordigheid te zegenen en een Geest des gebeds in ons te verwekken. Zelf ben ik hiervan een levende getuige; de grootste zegeningen, die ik ooit ontvangen heb, de zoetste openbaringen des Heeren aan mijn ziel hebben plaatsgehad op een ziekbed. Ziekte is vaak erg profijtelijk.
Bezoekingen in het lichaam scheiden ons af van de wereld, zetten ons hart op hemelse zaken, trekken onze genegenheden af van de tijdelijke en zinnelijke dingen, als het de Heere behaagt Zichzelf erin te openbaren.
En evenwel zijn er andere tijden en gelegenheden, wanneer we op een ziekbed gelegd zijn, en er toch geen zegen geschonken wordt.
Ik herinner me, dat op een keer, nadat de Heere mijn ziel op een ziekbed gezegend had, toen ik wat aan de beterende hand was, en de zegen verdwenen was, deze gedachte door me heenging: ‘O, je geestelijke gemoedsgesteldheid was geen uitwerksel van genade; je was ziek en bedroefd; dat was het, en het was niet iets bijzonders van God, dat die gevoelens teweegbracht’. Spoedig daarna, werd ik weer op een ziekbed gelegd; had ik toen dezelfde zalige gevoelens, dezelfde bevattingen van Christus, dezelfde geestelijke gesteldheid aan mijn ziel? Volkomen het tegengestelde; alles was hard, duister, dodig en dor. Toen zag ik, dat het niet de ziekte was, die Christus kon openbaren, beminnelijk of dierbaar kon maken; maar de kracht Gods, die erin openbaar kwam.

Philpot persoonlijk

Openheid aan een vriend: uit een preek over Psalm 42:6

Een ieder is bekend met zijn eigen droefenissen, lasten en twijfelmoedigheden. We kunnen ze niet alle aan onze beste vriend uiten. We laten onze vriend toe in de wachtkamer, in het voorvertrek, maar wie heeft ooit zijn vriend meegenomen in de binnenkamer van zijn hartsgeheimen? Ik heb dit nooit gedaan en kan dit ook nooit. Er zijn daar diepten, waarin het oog van een mens nooit heeft geblikt; niemand dan het oog van God is bevoorrecht tot op de bodem van het hart te zien.

Gadsby persoonlijk

Het leek voordat ik predikant was in alle opzichten het hoogste toppunt van verwaandheid dat een dwaas als ik zelfs maar zou proberen te preken. Toch kon ik het gevoel niet kwijtraken. Ik durf te zeggen dat sommigen van u mij ook nu niets dan een dwaas vinden.

Philpot persoonlijk

Wettischheid: uit een preek over Jesaja 55:10-11

We hebben misschien, zoals velen dat hebben gedaan, getracht onszelf heilig te maken; we hebben acht gegeven op onze ogen, onze oren, onze tong; we hebben iedere dag zovele hoofdstukken gelezen uit Gods Woord; zijn zo lang op onze knieën blijven liggen, lazen op maandag een boek, op dinsdag nog één, een derde op woensdag; en we hebben zo getracht een soort heiligheid te werken in onze zielen. Vele jaren geleden, placht ik bijna een uur te bidden; en ik schaam me te zeggen, dat ik blij ben geweest, de klok te horen slaan. Wat was dit anders dan een monnikachtige, zelfopgelegde regel, een regel van St. Benedict, of van St. Dominic, om God te behagen door de lengte van mijn gebeden? En toch behoorde ik beter te hebben geweten; want toen het de Heere behaagde mijn consciëntie met Zijn vinger aan te raken, schonk Hij me een opmerkelijke Geest der genade en der gebeden; toen had ik geen behoefte aan een regel van St. Dominic. Doch dit alles diende om uit het hart iets voort te brengen, waarvan ik zou kunnen zeggen: ‘Nu ben ik godsdienstig; nu heb ik iets, waarmede ik Gode behaag; nu heb ik wat voortgang gemaakt in heiligheid; nu ben ik een stap nader gekomen tot God’. Maar wat is al deze jammerlijke eigengemaakte heiligheid, zoals naar ik geloof Bunyan dit noemt?

Philpot persoonlijk

Wij lezen de Schriften nimmer zoveel, als wanneer het de Heere behaagt onze ziel te zegenen. Soms ben ik het warme zeestrand opgegaan en heb daar gelegen binnen gehoorafstand van het golfgeruis en bijkans heb ik hele hoofdstukken van buiten geleerd en heb ze gelezen met een lust, die ik wel wenste nu te kunnen voelen. O, wat vind ik het moeilijk nu de Bijbel te lezen, zoals ik toen placht te doen! Op die tijd smaakte ik zulk een zaligheid en zoetigheid in het Woord van God, dat ik geen ander gezelschap wenste.