Lezen

Op deze pagina vindt u preken, brieven en andere geschriften van Strict Baptists zoals Philpot, Gadsby en hun geestverwanten. Wij stellen het op prijs als u voor deze pagina aanvullingen heeft.

Philpot_Handschrift_1

Geschriften van J.C. Philpot

Het meest gebeden gebed door J.C. Philpot is ‘Zie mij aan’.

De geïnspireerde regel des levens, het Evangelievoorschrift
De gevorderde christen
Een bijzonder volk
Een getuigenis
Een getuigenis over Nederland
Gebeden
Nieuwjaarsrede 1862
Over de wederkomst
Over de doop
Over het predikambt en de bediening
Voorwoord van A.P.A. Du Cloux in Viertal leerredenen
Voorwoord van J.J. Knap in Winter voor de herfst
Voorwoord van J. Gadsby/J.C. Philpot bij Jane Walker
Vraag en antwoord over het gebed
Levensbeschrijving J.C. Philpot met 162 brieven Deel 1 1802-1860
Levensbeschrijving J.C. Philpot met 162 brieven Deel 2 1860-1869

Preken van J.C. Philpot OT
Genesis 32:26
Genesis 49:22-24
Exodus 15:23-25a
Exodus 25:22
Leviticus 14:14
Deuteronomium 8:2-3
Deuteronomium 32:10-12
1 Kronieken 4:10
2 Kronieken 20:12
Psalm 9:10-11
Psalm 12:6
Psalm 17:8
Psalm 37:39-40
Psalm 38:10-11
Psalm 42:6
Psalm 57:3-4
Psalm 60:5-6
Psalm 61:3
Psalm 65:5
Psalm 88:11-13
Psalm 90:15-17
Psalm 94:12-13
Psalm 103:3-4
Psalm 104:27-30
Psalm 106:4-5
Psalm 107:17-20
Psalm 109:31
Psalm 118:27
Psalm 119:31
Psalm 119:132
Psalm 130:7-8
Psalm 132:15-16
Psalm 141:8
Spreuken 8:20-21
Spreuken 14:23
Spreuken 27:7
Prediker 3:6
Hooglied 1:7-8
Hooglied 7:11-12
Hooglied 8:6-7
Jesaja 17:7
Jesaja 18:5-6
Jesaja 26:8
Jesaja 29:18-19
Jesaja 30:21
Jesaja 35:3-4
Jesaja 40:29-31
Jesaja 44:3-5
Jesaja 45:8
Jesaja 45:22
Jesaja 50:10-11
Jesaja 54:11-12
Jesaja 55:10-11
Jesaja 62:10
Jesaja 63:9-10
Jeremia 8:22
Jeremia 14:8-9
Jeremia 15:12
Jeremia 17:14
Jeremia 31:21-22
Jeremia 50:6
Klaagliederen 3:39-41
Ezechiël 17:24
Ezechiël 21:27
Ezechiël 34:15-16
Ezechiël 47:12
Hoséa 6:4
Hoséa 14:2-4
Amos 3:3
Micha 2:13
Micha 7:8-9
Micha 7:18-19
Zefánja 3:12
Zacharía 11:15-16
Preken van J.C. Philpot NT
Matthéüs 26:41
Lukas 1:52-53
Lukas 22:28-30

Lukas 22:31-32
Johannes 3:33
Johannes 6:67-69
Johannes 14:6
Johannes 14:16-17
Johannes 15:1-2
Johannes 17:2-3
Johannes 18:38
Handelingen 20:32
Romeinen 3:23-26
Romeinen 4:20-21
Romeinen 5:10 1850

Romeinen 5:10 1858
Romeinen 6:5
Romeinen 7:24-26
Romeinen 8:1
1 Korinthe 1:30-31
1 Korinthe 2:3-5
1 Korinthe 2:9-10
2 Korinthe 3:16
2 Korinthe 4:7
2 Korinthe 4:11
2 Korinthe 6:9-10
Galaten 1:4-5
Galaten 2:20
Galaten 5:16-18
Efeze 2:19-20
Efeze 4:4-6
Efeze 6:13 1851
Efeze 6:13 1861
Filippenzen 1:5-6
Filippenzen 1:9-11
Filippenzen 3:8-9
Filippenzen 4:6-7
Kolossenzen 1:12-13
Kolossenzen 1:21-23
Kolossenzen 2:6-7
Kolossenzen 3:1-3
1 Thessalonicenzen 1:3
1 Thessalonicenzen 2:13
1 Thessalonicenzen 5:21
2 Thessalonicenzen 2:13-14
2 Thessalonicenzen 2:16-17
1 Timótheüs 4:7-8
2 Timótheüs 2:5
Hebreeën 4:12
Hebreeën 4:14-15
Hebreeën 10:35-37
Hebreeën 12:27-28
Jakobus 1:2-4
Jakobus 3:17
1 Petrus 1:6-7

1 Petrus 2:9
1 Johannes 2:27
1 Johannes 3:1
1 Johannes 4:1a
Judas:3
Openbaring 2:10
Openbaring 3:17-18
Openbaring 21:7




Geschriften van Strict Baptists
G.T. Congreve met inleiding Philpot: 3 brieven
W.F. met inleiding Philpot: ervaringen nadat Philpot Oakham verliet
H. Fowler: levensbeschrijving en brieven
W. Gadsby: preek over Deuteronomium 33:13
W. Gadsby: preek over Psalm 17:5
W. Gadsby: preek over Psalm 35:28

W. Gadsby: preek over Handelingen 20:32
W. Gadsby: preek over 2 Korinthe 1:9
Dr. J. Gill: de kinderdoop weerlegd
Mr. Goulding: de uitverkiezing
J. Hart: levensbeschrijving met een preek over Matthéüs 2:2a
G. Hazlerigg: levensbeschrijving
G. Hazlerigg: preek over Hooglied 8:10
B. en W. Hewling: levensbeschrijving of laatste dagen
J. Kershaw: over zijn eigen doop
G.M.: liefde tot God, preekfragment
N.M.: brief aan Thomas Godwin

Onbekend: met zout gezouten
Onbekend: des avonds vernacht het geween
W.K. Popham: oudejaarsmeditatie
P.R.: brief Vruchten der oven
W. Tite: korte verhandeling over de bediening
J. Tuckwell: uit Allington een brieffragment
J. Warburton: levensbeschrijving Weldadigheden van een Verbondsgod
J. Warburton: preek over Hooglied 2:16a
J. Warburton: brief aan W. Gadsby, o.a. melding dat hij Philpot doopte

Kershaw_handschrift

Geschriften van personen gewaardeerd door Strict Baptists
J. Alleine: Gods toorn, preekfragment
J. Bunyan: satans list
C. Evans: preek over Handelingen 3:21a
C. Evans: preek over Romeinen 5:15
C. Evans: preek over 1 Timótheüs 1:11
W. Huntington: een brief
W. Huntington: een brief Wettisch en Evangelisch
J. Owen: Geloof en verzekerdheid
J. Rusk (hoorder Huntington): De ware staat van de ziel
J. Rusk: Al mijn fonteien zullen binnen u zijn
M.A. Toplady: Dagboek en levensbeschrijving

 

Gebed 1 van J.C. Philpot

O Gij zeer genadige en zeer gezegende God en Vader van de Heere Jezus Christus, o, dat Gij wilt lichten over ons duistere en door de nacht bevangen gemoed, dat Gij het licht van Uw aangezicht over ons wildet verheffen en Uw Heilige Geest in onze harten uitzenden, om in ons een Gids, Leraar en Leider in alle waarheid te zijn. Want, Heere, er ligt van nature een deksel van onwetendheid over ons gemoed gespreid, die de eeuwige dingen uit ons gezicht verbergt. Ook kunnen wij niet zien of geloven totdat Gij dat deksel wegneemt. Gij hebt in Uw heilig Woord belooft dat wanneer Israël tot de Heere bekeerd is, dat deksel weggenomen wordt. Schenk dat wij ons mogen bekeren en Uw aangezicht zoeken, opdat het U welbehaaglijk mag zijn om die belofte te vervullen en wij in Uw eigen zeer gezegend licht het licht mogen zien.

Leer ons niet enkel onze behoefte aan een Zaligmaker zoals Jezus, niet enkel onze diep verloren en totaal geruïneerde staat zonder Hem als Zaligmaker, maar toon ons ook het wonderlijke heilsplan dat in Jezus geopenbaard is. Mag de Heilige Geest die zeer gezegende Verlosser in onze harten openbaren, Zijn bloed op ons geweten sprengen en Zijn gerechtigheid nabij brengen en ons aantrekken. Mag Hij het ons geven om te vertrouwen op Zijn stervende liefde, ons in staat stellen om te wandelen in Zijn zeer gezegende voetstappen, ons aan Zijn beeld gelijkvormig maken en ons voor Zijn aangezicht doen wandelen zoals het de heiligen betaamt.

Heere, genees iedere afkering en afwijking van God en de godzaligheid, onze zonden van nalatigheid en bedrijf. Werp alles achter Uw rug wat wij gedacht, gezegd of gedaan hebben dat hatelijk is in Uw reine ogen, en laat het verzinken in de diepten van de zee, opdat wanneer het gezocht wordt, het niet meer gevonden zal worden.

Mogen wij vanavond een besef van Uw vergevende liefde ervaren en mag er zoet bezoek van Uw barmhartigheid en genade tot onze ziel komen. Mag twijfel en vrees, duisternis en alles wat in strijd is met de Heilige Geest, uit ons gemoed wegvluchten en mag de Zon der gerechtigheid over ons hart lichten met genezing onder Zijn vleugelen.

Nu wij in Uw vriendelijke voorzienigheid opnieuw in dit gebedshuis vergaderd zijn, zegen ons hier. Wij danken U voor de gelegenheid om Uw lof te zingen en datgene te horen waarvan wij hopen dat het tot nut voor onze ziel gemaakt zal worden, voor de gelegenheid om een kort poosje uit deze wereld en van onze bezigheden weg te komen, om Uw waarheid te horen en Uw aangezicht te zoeken, en te gevoelen dat wij hier een klein heiligdom hebben, waarin Gij geëerd en aanbeden moogt worden. Mag het bij ons blijven als een levend getuigenis, opdat die kracht, dat leven en dat gevoel meegedeeld mag worden dat ons ervan zal overtuigen dat het de waarheid Gods is, en opdat niets ons zo dierbaar zal zijn als Gods waarheid, terwijl wij de verwerkelijking van die zeer gezegende belofte in onze ziel gevoelen: ‘Gij zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken’ (Joh. 8:32).

Leer Gij Uw arme, onwaardige knecht. Stel hem in staat om het Evangelie te prediken door de Heilige Geest, Die van de hemel gezonden is, vanuit een gelovig en bevindelijk hart met leven en gevoel in zijn eigen ziel. Mag er kracht gepaard gaan met het Woord, kracht om te verwonden en kracht om te genezen, kracht om te vernederen en kracht om te verhogen, kracht om te doden en kracht om levend te maken. Mag de kracht van God tegenwoordig zijn om te zegenen, opdat zij die weten wat kracht is, er de gezegende ondervinding van mogen hebben, en zij die het niet weten, haar voor de eerste maal mogen voelen. De Heere zegene het Woord. Groot is het gezelschap van toehoorders. Mag het Uw heilige en gezegende wil zijn om arbeiders te verwekken en ze uit te zenden in de oogst. Zegen de trouwe en eerlijke mannen die Gij uitgestoten hebt. De Heere zegene hen in hun eigen ziel en mogen zij niet tevergeefs in Woord en leer arbeiden. Mogen zij rein zaad zaaien, mag het opgroeien in menig verslagen hart en mogen onze ogen verblijd worden doordat ze Uw waarheid hier zien bloeien.

Wij kunnen niet anders dan U danken dat Gij het in het hart van Uw knecht gelegd hebt om dit gebedshuis te bouwen en te onderhouden, en wij hopen en vertrouwen dat het door de Heere geheiligd is en dat het de geboorteplaats van vele zielen is geweest en een licht voor degenen die in een duistere plaats gezeten zijn. Mag het zijn als een licht voor hun pad en als een fakkel die brandt, en een gezegende straal doen schijnen in de harten van Uw huisgezin. Mag het hun pad verlichten midden in de week en voor hen een fakkel zijn die brandt, zodat zij een brandende lamp in hun ziel mogen hebben en er in deze stad mensen zijn die Uw waarheid ontvangen. God verheerlijke Zichzelf in het toepassen van Zijn Woord aan vele harten.

Zegen Gods lieve heiligen, vertroost hen die in moeite en verdriet zijn, vooral de arme zuster die op een bed van wegkwijning (Ps. 41:4, Eng. Vert) en pijn ligt, bijna binnen het bereik van mijn stem. Mag Hij haar troosten en, als het Zijn heilige wil is, een gunstige wending geven in kwaal. Heilig de verdrukking aan haar ziel en doe het medewerken haar ten goede en tot Uw eer.

Troost hen die lijden onder verlies in de familie. Gij hebt Uzelf betoond als de vriendelijke God der voorzienigheid in duizenden gevallen. Openbaar Uzelf als de God van alle genade en wis de tranen van de ogen van de weduwe en de rouwenden.

De Heere zegene deze plaats en het volk dat binnen deze muren aanbidt. Mag de Heere de koorden lang maken en de pinnen vast insteken (Jes. 54:2).

Mag de Heere ons zegenen, ja, ons, met alle nodige barmhartigheid. Wij begeren dit te vragen in alle onderwerping aan Uw heilige wil, om Christus’ wil. Amen.

Gebed 2 van J.C. Philpot

O Gij zeer gezegende, zeer barmhartige, ontfermende en getrouwe, eeuwige en eeuwig levende God en Vader van de Heere Jezus Christus, wij danken, prijzen, zegenen en aanbidden Uw grote en heerlijke en allerheiligste Naam, dat Gij Hem uit de doden opgewekt en Hem gezet hebt tot Uw rechterhand in de hemel, en alle dingen onder Zijn voeten onderworpen hebt.

Wij loven U als Uw genade ons enigermate onderworpen en ons bevindelijk onder Zijn voeten gebracht heeft. We zouden ten aanzien van onszelf willen dat onze twijfel, vrees, mistrouwen, hoogmoed en begeerlijkheid meer en meer onder Zijn voeten gebracht worden, met al onze vuilheid en dwaasheid, en alle opstandelingen in hun schuilhoeken. O, dat Jezus Zijn zegevierende voeten op de hals van alles zal zetten en ze alle zal onderwerpen! Dat Hij voor Zichzelf grote heerlijkheid en grote lof en aanbidding zal verkrijgen door in ons hart te komen als onze triomferende God en Koning en Heere der heren, als de Eigenaar van ons hart. Dat Hij ons zo gewillig zal maken in de dag van Zijn heirkracht en elke opstandige gedachte zal onderwerpen, die tegen Zijn genade en heerlijkheid ingaat.

Maar hoe ijdel is ons boze hart en hoe vleselijk ons gemoed, hoe vuil zijn onze hartstochten en hoe ijdel onze gedachten. Hoe onbekwaam zijn wij om deze dingen te onderwerpen en af te schudden, om Jezus aan te hangen en in Zijn Naam te geloven, en Hem vurig lief te hebben met een rein hart! Gij grote God, hoe groot en heerlijk zijt Gij, verhoogd boven de mensen, wat een gezegende zaligheid is er in U, wat een volheid van genade en heerlijkheid. En dat alles voor arme, nooddruftige, naakte, schuldige, vuile, zichzelf veroordelende en zichzelf verfoeiende ongelukkigen hierbeneden. Zij hebben nooit een goede gedachte, goed woord of goede daad gedacht, gezegd of gedaan, waarmee de zonde niet vermengd is en die daardoor niet onrein is.

Maar o, het werk van de Zoon van God (hoe welbehaaglijk is dat gezicht voor de Vader!) in Zijn verzoenende bloed, Zijn stervende liefde, Zijn zachtmoedigheid en nederigheid, gevoelens, smarten en lijden, Zijn leven en dood, Zijn offerande aan het kruis van Golgotha! O, wat een genoegdoening, wat een heilige verdienste, wat een sterkte, kracht en wijsheid, goedheid en barmhartigheid en zaligheid blinken alle uit in de reine mensheid van de Heere Jezus Christus in vereniging met Zijn heerlijke Persoon.

Raak ons hart aan, open onze ogen en breng de werkelijkheid van deze dierbare dingen in onze ziel, opdat wij ze geloven, ons erin verblijden en wandelen in het licht en leven ervan. Opdat wij deze arme, ellendige, gevallen wereld, het zien- en zinlijke vergeten, dat door ons uiterst ellendige hart hooggeacht wordt en de hoofdkwartieren van iedere lust, die de helse vijanden, zonden, verbijsteringen en schuld zijn van de ziel die ze onthaalt. O gezegende Jezus, breng deze vijanden onder onze voeten en openbaar Uzelf als sterker dan al onze lusten, twijfels en vrezen, alles wat we zijn als arme zonen en dochters van gevallen Adam. Openbaar Uzelf aan ons in de hoogten en diepten van Uw stervende liefde, en in wat Gij zijt in degenen en voor degenen die in Uw Naam geloven en U in hun hart ontvangen als de Christus Gods Zelf.

Wij hebben Uw dierbare onderwijzingen nodig, wij hebben Uw zoete zalving en Uw gezegende inwendige versterkingen nodig, opdat wij de waarheid kennen en tot vreugde van onze ziel ondervinden dat de waarheid vrijmaakt en Christus aan ons openbaart. Mag de Heilige Geest het uit de dingen van Jezus nemen en ze ons verkondigen, en in ons de Hoop der heerlijkheid gestalte geven. Vergeef onze zonden, o Heere, en genees onze afkeringen en al onze grote zonden van nalatigheid en bedrijf, onze afdwalingen van God en de godzaligheid, de duisternis van ons verstand, ons ongeloof en onze ontrouw, en brutale goddeloosheid en ellendige vuilheid en dwaasheid van het bedenken van ons vlees dat altijd weer opwelt.

Zegen een arme, zwakke en waardeloze worm die gekomen is om nu tot Uw volk te spreken, verzegel zijn getuigenis en mag het kostbare vrucht dragen. Hij kan niet spreken tenzij het U behaagt hem te leren hoe hij moet spreken. Geef wijsheid aan de spreker en geloof aan de toehoorder en mogen beiden Uw Naam loven om Uw goedheid en liefde.

Zegen de lieve heiligen van God. De oogst is groot en de arbeiders zijn weinige; verwek arbeiders en zend ze in de oogst. Zegen de weinige eerlijke mannen die Gij uitgestoten hebt. Zegen hun getuigenis aan de harten van Uw volk en doe blijken dat hun arbeid niet ijdel is in de Heere. Zegen de lieve heiligen die onder de verbergingen van Uw aangezicht verkeren, in duistere hoeken van de aarde, in hete smeltkroezen, onder de vloek van de wet. De Heere zie op hen neer en vertrooste hen, en verplettere de satan haast onder hun voeten. De Heere zij met hen die heengaan [van deze aarde], trooste de stervende heiligen in hun stervende ogenblikken en late hun zien dat Jezus gereed is om hun zielen te ontvangen.

Zegen de koningin, zegen het land, zegen hen die Uw Naam vrezen, de kleinen met de groten. Zegen de waarheid die in deze plaats gepredikt wordt, laat ze uitgaan en tot een zegen gesteld worden voor velen die het gepredikte Woord lezen.

De Heere aanvaarde onze dank, besture onze voeten en schenke iedere nodige genade. Wij verlangen dit te vragen in alle onderwerping aan Uw heilige wil, om Christus’ wil.

Amen.