Alle berichten van e heuvelman

Gadsby persoonlijk

Ik voor mij moet tot mijn eigen schande en tot eer van de Heere zeggen dat ik zodanig was, en de wonderbare goedertierenheid en lankmoedigheid van God jegens mij zodanig waren, dat de Heere mij vaak belet heeft, ja, en dat tegen mijn eigen neiging in, om mezelf in het onmiddellijke verderf te storten. ‘Wie is een groot God, gelijk God?’

Gadsby aan het woord

Des te mooier er gesproken wordt, des te waakzamer dient het ons te maken wanneer zich op de bodem een kunstige opzet en verrotting bevindt. De waarheid heeft geen kunstige vermomming nodig, en Gods heiligen behoren zich niet te laten bekoren door vleiende woorden en welsprekendheid.

Philpot persoonlijk

Ik zeg niet dat ik de wereld inga of dat ik al mijn belijdenis en al mijn hoop opgeef; maar ik heb geen godsdienst, tenminste niets wat ik godsdienst noem, tenzij het de Heere behaagt om in mijn arme hart te spreken en Zichzelf door Zijn almachtige kracht bekend te maken.

Philpot aan het woord

Als een mens zichzelf niet verloren weet en niet kreunt of zucht omdat hij verloren is, blijft alles wat Jezus is en alles wat Jezus heeft voor verloren zondaars, voor zijn ogen verborgen. Dit is de reden waarom er zoveel belijdenis zonder bezitting is; zoveel van de letter zonder de Geest; zoveel leer zonder de kracht.

Warburton sr persoonlijk

Ge moogt en zult door de duivel bestreden worden, en in duizend gevallen beproefd worden; maar God zal u nooit begeven, Hij zal u nimmer verlaten. O nee, dat zal Hij nooit, loof Zijn dierbare Naam.

Mijn ziel verlaat Hem dikwijls en zwerft – ik weet niet waar al heen. Soms, wanneer ik onder de vreselijke werkingen van mijn hart, en de macht van satans verzoekingen was, heb ik wel gedacht dat er geen werkelijkheid in de godsdienst was, en dat de Bijbel helemaal geen Waarheid was. Dan zou ik van strijd en verzoeking van binnen gestorven zijn. Nochtans is de Heere zo vriendelijk, zo teder en zo medelijdend geweest dat Hij mij bij tijden geheel overstelpte met de waarneming van Zijn goedertierenheid. Op zulke tijden heeft Hij tegen mij gezegd: ’Ben Ik Israël een woestijn geweest?’ En ik moest zeggen: ’Nee Heere, nimmer. Niets dan het goede en de weldadigheid hebben mij al de dagen mijns levens gevolgd’. Dit heeft mij verkruimeld – mijn geest verbroken en verslagen. En ik heb gezegd: ’Heere, welk een laag en ondankbaar ellendige ben ik toch, om ooit één harde gedachte van u te koesteren!’

Warburton sr aan het woord

Welk een klomp onwetendheid, wat een dode klomp, welke een klomp wereldgelijkvormigheid en vleselijkheid zijn wij! De ziel heeft licht nog leven, kracht noch vrede, noch een enkele geestelijke begeerte, wanneer de Geest Zijn gezegende invloed ingetrokken heeft.

Gadsby persoonlijk

Ik weet enigszins waarover ik het heb. Ik herinner mij hoe mijn vleselijke gemoed de godsdienst probeerde kwijt te raken. Ik was een grote dwaas en zat zo vol grollen dat ik degene was die al mijn vrienden pret bezorgde. Ik bracht leven in hun brouwerij en het leek dat ze niet zonder mij konden. Ik herinner mij dat ik, toen ik tussen de zestien en zeventien jaar oud was, stopte met het werk dat ik deed. Maar drie van mijn collega’s kwamen naar mij toe en zeiden dat zij daar ook weg zouden gaan, tenzij ik terug zou komen. Ze wilden niet zonder mij werken, en omdat ze vastbesloten waren om mij terug te halen, was mijn vleselijke gemoed daar zo mee ingenomen dat ik terugkwam. Maar juist in die werkplaats kwam God mij tegen. O, de wonderen van genade! Al hun pogingen en inspanningen hadden toen geen zin meer. Ze konden niet uitdoven wat God in mijn ziel gelegd had. Alles waar ze mij mee confronteerden, was niet in staat mij te weerhouden God sterk achteraan te kleven en om God te strijden en te worstelen. De zondaar kan niet anders dan onder deze dingen worstelen, wanneer God aldus leven in hem geeft en wanneer het de Heere behaagt aldus Zijn genade te openbaren.

Kershaw persoonlijk

Steeds moet ik des Heeren wonderlijke goedheid jegens mij bewonderen, welke Hij mij in al mijn wederwaardigheden bewees, want Hij heeft mij op de rechte weg geleid. Welk een wonder, als ik nu terugkijk en let op de armoede die ik steeds had, van alle zijden ingesloten terwijl de mensen om mij heen op mijn ondergang wachtten, en bergen van vrees mij bezetten dat dit waarlijk het geval zou zijn. En toch, geloofd zij de Heere, Hij heeft mij uit al mijn vrezen gered. En Hij, Die mij verlost heeft, verlost mij nog, en ik vertrouw dat Hij mij steeds verlossen zal.

Gadsby aan het woord

Het is één ding dat iemand erkent dat hij een snode zondaar is, maar het is wat anders om werkelijk schaamte voor God te voelen vanwege zijn snoodheid, en zich met gevoel te verfoeien en te walgen van de wortel zelf, waaruit alle zondige daden ontspringen.

Gadsby persoonlijk

Wat een hoogmoedig, hoogdravend werk is het als arme, stervende wormen innerlijk opgeblazen zijn door deze lege ijdelheid, dat als God Zijn deel doet, zij ook hun deel zullen doen! Hoor eens, ik ben een oude man, bijna 70 jaar, en ik heb even weinig hoop om op zulk een grond zalig te worden, als dat ik de Almachtige van Zijn troon zou stoten. Ik heb vele malen geprobeerd om mijn deel te doen; het heeft mij altijd te gronde gericht en mij gevoelig en bewust tot de ondergang gebracht.

Gadsby persoonlijk

Ik voor mij moet belijden dat ik ontzaglijk heb gezondigd, zelfs met een zekere mate van de verschrikkingen van de hel in mijn consciëntie. Is het geen wonder, geen gadeloos wonder, dat God zo’n aanmatigende ellendeling niet naar de zwarte wanhoop heeft gezonden, om daar voor eeuwig weg te zinken? Ik heb tot blijdschap van mijn ziel ervaren dat de Heere inderdaad een lankmoedige God is.

Gadsby aan het woord

Dank God als u en ik bewaard worden voor het begaan van moord, hoererij en overspel, want wij hebben het allemaal in onze natuur. Er is geen zondaar en ook geen heilige die niet alles in zijn natuur heeft. Het is God die hen bewaart en hen weerhoudt van dadelijke zonden, en ze moeten er God voor danken.