Weet u iets van het gebed van David ‘Verwerp mij niet van uw aangezicht, neem Uw Heilige Geest niet van mij.’ Mijn broeders, ik spreek in alle eenvoud en ootmoed, ik weet er iets van. Ik weet er een weinig van zover als God mij gezegend heeft, want zonder de tegenwoordigheid van God, mijn Vader, ben ik helemaal niets. Als ik zonder zijn tegenwoordigheid naar de kapel kom, vertelt de duivel me dat Hij nimmermeer zal komen. Als ik soms de Bijbel opneem zonder Zijn tegenwoordigheid, is het een gesloten boek. Begeef ik mijn christelijke gesprekken zonder Zijn tegenwoordigheid, handel ik als een klein kind zonder Zijn tegenwoordigheid, en ben ik wel zo vleselijk, wereld en onprofijtelijk als ik nergens kennis aan heb.
Zo is het mijn broeders, zo is mijn geroep of Gods tegenwoordigheid met mij wil zijn in alles wat ik doe. In mijn preken en lezen, in al mijn zwoegen in tijdelijke belangen. In mijn gebeden in de preekstoel en als ik de stromen der Jordaan over zal moeten steken. Ik heb biddend gekermd, of God mij nimmer wil laten sterven zonder Zijn gezegende tegenwoordigheid.