Tagarchief: J.C. Philpot persoonlijk in een preek

Philpot persoonlijk

Voordat het de Heere behaagd om onze zielen tot Goddelijk leven op te wekken, hebben wij geen ware kennis dat er één God is. Soms kijk ik terug op de tijd dat het de Heere behaagde mijn ziel levend te maken, in het vroege voorjaar van 1827. Ik herinner mij alle gebeurtenissen die ermee verbonden zijn, zo duidelijk alsof het nog maar gisteren was. Ik denk dat ik in het werk van God in mijn ziel deze vier kenmerken kan vinden:

1. Ten eerste was er een groot besef van de eeuwige werkelijkheden in mijn gemoed. Ik had over godsdienst gepraat, ik was naar de kerk gegaan, ik had mijn gebeden opgezegd en toch had ik nooit enig besef van de eeuwige werkelijkheden gehad. Maar toen de Heere, te midden van diepe verdrukking, het gewicht van de eeuwige werkelijkheden op mijn gemoed legde, voelde ik dat er een eeuwigheid was.

2. Het volgende wat ik voelde, was een grote zachtheid van geest. Ik heb in die zes maanden meer tranen vergoten dan ik ooit ervóór of erna heb gedaan.

3. Daarmee ging ten derde een mededeling van een geest van gebed samen, die dag en nacht op mij rustte.

4. Het vierde was dat het oor geneigd werd om de waarheid te horen.

Ik ben ervan overtuigd dat wát een mens ook moge weten door preken te horen of boeken te lezen, er is geen werkelijke bekendheid met God, tenzij er een straal van Goddelijk licht valt, wanneer deze in het gemoed schijnt vanuit de grote en heerlijke IK BEN. ‘In Uw licht zien wij het licht’. Er moet een ontdekking plaatsvinden, door het deksel van het ongeloof weg te nemen – een ontdekking van Zijn heerlijke volmaaktheden.