T Godwin

Thomas Godwin (1803-1877)

onderdeel van de serie Vrienden rondom JC Philpot en overgenomen uit De Saambinder

Thomas Godwin was een eenvoudig man, een ongeletterde schoenmaker. Vele jaren was hij zelfs analfabeet. Maar Philpot, de grote letterkundige, voelde zich bij hem zeer op z’n gemak. Zelfs keek hij tegen Godwin op. Hij achtte hem hoog, want Godwin was op 23-jarige leeftijd krachtdadig tot God bekeerd, en daarom had Philpot meer achting voor hem dan voor de koning van Engeland. Philpot meende dat Godwin meer genade en diepere oefeningen kende dan hijzelf. Genade maakte hun vriendschap uit. Philpot schreef eens over zijn vriend: ‘Ik weet bijna niemand, met wie ik in de geestelijke dingen zo goed kan samen reizen’.

Philpot had Godwin ontmoet in Allington, in de boerderij van Joseph Parry. Het was in de zomer van 1837. In de grote woonkamer van de boerderij waren Philpot en Parry in diep gesprek gewikkeld. Ongevraagd kwam er zomaar een derde bij zitten. Het was schoenmaker Thomas Godwin, belast met de zorg over een baptistenkapelletje in het naburige Pewsey.

Godwin had al veel over Philpot gehoord. Hij wilde hemzelf wel eens spreken, en nu Philpot in Allington verbleef, kon de schoenmaker zich niet langer bedwingen, wandelde naar Allington en betrad de woonkamer van Parry’s boerderij.

Op de vraag van Parry wat hij kwam doen, vertelde Godwin dat hij Philpot wilde ontmoeten. Hij wilde hem wel eens spreken over de genade Gods. Kortaf vroeg Philpot hem: ‘Hebt gij dan ook kennis aan de genade Gods’. Daarop mocht Godwin met veel ruimte spreken hoe de Heere naar hem had willen omzien en Zijn genade in hem had verheerlijkt. Het viel goed. Dat was taal naar Philpots hart.

In zijn levensbeschrijving zegt Godwin over die ontmoeting: ‘Ik begon hem te vertellen wat mijn ziel kende van de genade Gods, die de zaligheid werkt. Toen keerde hij zich om, er kwam een glimlach op zijn gelaat, met zo’n genegenheid tegenover mij. Onze harten zijn aan elkaar verbonden in toegenegenheid en in de Geest des Evangelies vanaf onze eerste ontmoeting tot op de huidige dag’.

Godwin kon niet lezen en schrijven en hij had daar veel last van. Vaak had hij al aan de Heere gevraagd om hem bekwaam te maken opdat hij Gods Woord zou kunnen lezen. In 1866 vertelde hij aan zijn vriend Philpot: ‘Mijn ziel heeft de Drie-enige God gedankt, geloofd, geprezen en verhoogd voor Zijn Goddelijk onderwijs. Want Hijzelf leerde mij lezen en schrijven. Het is nu bijna zesentwintig jaar geleden dat de Heere mij hielp om een regeltje te schrijven, en gij mijn geliefde vriend, was de eerste aan wie ik enige regels probeerde te richten’.

Over dat leren lezen en schrijven, zei Godwin: ‘Ik mocht geheel afhankelijk zijn van de onderwijzing des Heiligen Geestes, ook bij mijn pogingen om het lezen te leren. Het was mij dan als zat de Heere op de troon van Zijn gerechtigheid en Hij gaf mij elk woord in de gedachten en gaf mij wijsheid hoe het te schrijven. Dan was ik ook niet meer bezorgd over het volgende woord’.

The Gospel Standard, het kerkblad van de Strict Baptist-gemeenten, was Godwins lijfblad. Hij spelde de artikelen, vooral van zijn vriend Philpot, die eindredacteur was. Een enkele maal verschilde Godwin met zijn vriend van mening, wat hij hem ook prompt per post liet weten. Vervolgens haastte hij zich ook te zeggen dat hij de grote Philpot zeker niet terecht wilde wijzen. Waarop Philpot hem terug schreef: ‘Mijn lieve vriend, ik weet dat gij een oprecht man zijt en dat uw zeggen werd ingegeven door oprechte belangstelling en toegenegenheid. Ik zou wel een hoogmoedige ellendeling moeten zijn, nog erger dan ik al ben, wanneer ik geen raadgeving en onderwijs van mijn vrienden meer wilde aannemen’.

Vele brieven gingen over en weer. Als Philpot het moeilijk had, schreef hij brieven naar Godwin. Bij voorbeeld bij het overlijden van zijn jongste zuster, Mary Ann: ‘Zij leed veel naar lichaam en geest, want zij geloofde steeds maar dat zij een verworpene was. Dan was ze vervuld met veroordeling en vertwijfeling. Toch hebben we hoop dat haar arme ziel niet verloren is. Want in de nacht voordat zij stierf, sprak zij tot driemaal toe: Ik ga tot God hierboven’.

Of over zijn preken: ‘O mijn vriend, wat is alle prediking en wat zijn alle gaven in de wereld, tenzij de kracht Gods het toepast aan de ziel? Wij hebben nodig dat we de machtige kracht Gods ervaren in onze ziel, en zonder deze is alles niets’.

En over zichzelf schreef Philpot hem eens: ‘Ik ben zo zwart, ik kan alleen maar met moormannen omgaan. (..) Ik betuig u in alle ernst dat ik meer bevreesd ben voor mezelf, mijn lusten en hartstochten, mijn sterke en vleselijke verdorvenheden, dan voor iemand anders in de wereld. Ons eigen ik zal altijd onze grootste vijand blijven. Al onze vijanden zouden zo slap als water zijn tegenover ons, indien wij in onszelf niet zulke snode ellendelingen waren’.

Uit een brief van Godwin aan Philpot (1842): ‘Wat is Christus voor mij indien ik Hem niet aanneem? Hij is voor mijn ziel als een ‘wortel uit droge aarde’. Hij wordt genoemd het Brood des levens, maar niemand wil Hem als zodanig achten dan alleen degenen die God ernaar heeft doen hongeren. Mijn ziel kan getuigen dat niets minder dan Christus, de Hoop der heerlijkheid, geopenbaard in mijn hart, mij zal voldoen. (..) Wat is al het gebabbel en geratel over de gerechtigheid van Christus? Dat doet mijn ziel geen goed, noch het lezen in de Bijbel dat het de goddelozen rechtvaardigt zonder de werken. Neen, het moet aan mij toegerekend worden en in de waarneming van mijn ziel, door de Heilige Geest, gewerkt worden. Niets zal mijn ziel voldoen dan een getuigenis uit Gods eigen mond dat Jezus het voor mijn ziel heeft uitgewerkt’.

Onder veel strijd en aanvechtingen werd Godwin in 1834 predikant. Hij diende drie Strict Baptist-gemeenten, Pewsey, Woburn en Godmanchester

Toen Philpot in 1869 op zijn sterfbed lag, vertoefde hij in de geest nog een ogenblik onder zijn geestelijke vrienden. Hij noemde enkele namen, waaronder die van Joseph Parry en van Thomas Godwin. Hij verzocht zijn kinderen om deze vrienden een groet te doen toekomen.

Drie vrienden leidden Philpots begrafenis, onder wie de eenvoudige Thomas Godwin. Bij het graf sprak Godwin over de woorden: ‘Door de genade van God ben ik dat ik ben’. Over zijn overleden vriend zei Godwin: ’Hij is naar Jezus gegaan, Die hij liefhad. Al hetgeen hij heeft verricht was niet te danken aan zijn eigen bekwaamheden, ofschoon deze groot waren. Ook niet aan zijn grote gaven, ofschoon deze schitterden. Het was alleen te danken aan Gods genade, die hem maakte tot wat hij was. Voor niets ging hij opzij. Nimmer deinsde hij terug. Nu heeft de God, Welke hij liefhad, hem na alle stormen en beproevingen veilig gebracht in het land der heerlijkheid’.

Thomas Godwin overleefde zijn vriend Philpot nog acht jaar. In 1877 was het ook voor hem tijd dat hij, op 74-jarige leeftijd, mocht ingaan in het Vaderhuis met de vele woningen.

Hij werd begraven op het kerkhof voor nonconformisten te Godmanchester. Op het graf sprak één van zijn vrienden onder meer: ‘Gods Woord en het leven der genade lagen zo levendig in zijn hart, dat hij het wel vertellen moest. Hij was werkelijk al aan het preken, voordat hijzelf enige gedachten had dat de één of de ander het wel eens preken zou kunnen noemen. Ten aanzien van menselijke studie konden Cambridge en Oxford niet verschaffen wat hij verkregen had, want hij was van God geleerd. Ik spreek menselijk onderwijs niet tegen. Neen, maar ik maak graag onderscheid tussen het menselijke en het Goddelijke. Gods volk wordt van de Heere geleerd. En zo was onze broeder van God geleerd’.

Lieren, J. van ’t Hul