PHILPOT PERSOONLIJK

Naast algemene leidingen, heb ik vaak opgemerkt — het was mijn eigen geval, en ik heb het in andere gevallen gezien — dat zich in de Voorzienigheid een zeker opmerkelijk tussenbeide komen van God voordeed, zoals een verandering van woonplaats, het brengen van een bijzondere bezoeking over lichaam of geest, de ontsluiting van de één of andere onverwachte omstandigheid, welke zo het geen genade werkte, toebereidde tot de genade; en ofschoon het in de kiem zou zijn gesmoord, zo het slechts iets tijdelijks en natuurlijks ware geweest, werkte het nu op een zo­danige wijze in de Voorzienigheid Gods met Zijn genade mede, dat ze beide als schakels in een keten aan elkaar verbonden waren. Aldus was de eerste schakel, een schakel in de Voor­zienigheid, laten we bijvoorbeeld zeggen: de één of andere zware en pijnlijke beproeving, die de hartzenuwen van het leven zelf schenen af te snijden. Velen hebben wellicht zwaardere beproevingen ondervonden dan wij; maar zij hadden daarbij slechts de droefheid der wereld, die de dood werkt; doch wij hadden naar we hopen, de genade ten leven, die met de beproeving medewerkte, haar overheerste en die haar veranderde in een kanaal der genade. De genade maakte het hart week; en ofschoon dit vertederen zelf de beproeving heviger deed gevoelen, verootmoedigde dit de ziel toch en maakte dit de ziel hieronder zachtmoediger.