De liefde die zij tot God hebben, ontspruit aan de liefde die God in hun hart uitgestort heeft, en zo hebben zij God lief met Zijn eigen liefde. Zij hebben Hem lief om wat Hij is, om Zijn goedheid, Zijn barmhartigheid, Zijn heiligheid, Zijn gerechtigheid, Zijn getrouwheid, Zijn liefde en Zijn waarheid. Zij hebben Hem lief om wat Hij is en om de dingen die Hij in hen gewerkt heeft, en niets kan deze liefde ooit verdrinken.